Neo Pold

[Disclaimer] Dutch Language / Grammatical Mistakes

Although this is a free book, it remains the copyrighted property of the author, and may not be reproduced, copied and distributed for commercial or non-commercial purposes. If you enjoyed this book, please encourage your friends to download their own copy at Smashwords.com, where they can also discover other works by this author. Thank you for your support.

(C) Xavier Brenet

Verhaal

Neo Pold kijkt gefascineerd uit de raam van zijn kantoor, naar auto’s die langs rijden en mensen die voorbij lopen. Die mensen hebben geen flauw benul, denkt Neo Pold bij zich zelf. Zijn zoon Martijn komt zijn kantoor binnenlopen. ‘Waar is mam?’ vraagt Martijn aan Neo Pold. ‘Ze komt zo, Martijn.’ zegt Neo Pold met zijn gedachten bij het raam. Plotseling komt Juliette Neo Polds kantoor binnen wandelen. ‘Meneer,’ zegt Juliette. ‘George is net aangekomen en moet u dringend spreken.’ Neo Pold draait zich om naar Juliette. ‘Goed,’ antwoord Neo Pold. ‘Laat hem maar binnen komen. Martijn kun je ons even alleen laten.’ Terwijl Martijn de deur uit loopt, stormt George razend naar binnen. ‘Ga maar zitten.’ zegt Neo Pold beleefd. ‘Je weet vast wel dat ik de planeet van je vrouw veroverd hebt!’ zegt George kwaad. ‘Ga verder’ zegt Neo Pold. ‘Jouw miezerige vrouw is plannen aan het maken om in opstand te komen!’ schreeuwt George. ‘Dat is je eigen schuld,’ antwoord Neo Pold. ‘Jij weet niet hoe je een groot rijk moet leiden, dat heb je nooit gekund!’ ‘Maar herinner wel dat je zonder mijn grondstoffen gedag moet zeggen tegen je grote huizen, luxe auto’s en ruimte voertuigen,’ zegt George. ‘En als ik ons handelsverdrag opzeg kun je gedag zeggen tegen je “enorme” rijk Poldje!’ Neo Pold kijkt George bestuderend aan. ‘Dus het enige wat ik van je vraag;’ zegt George. ‘Is dat je je vrouw en zoon tegen moet tegen houden, desnoods, een kopje kleiner maken! Want anders heb je een groot probleem!’ George staat langzaam op en zet zijn stropdas recht, en kijkt Neo Pold bedreigend aan voordat hij weg loopt. Juliette komt huilend naar binnen rennen. ‘Dat meent hij toch niet!’ zegt Juliette. Neo Pold zwijgt en draait zijn stoel om. ‘Ik kan het niet geloven,’ vraagt Juliette. ‘Dus je doet wat hij zegt?’ ‘Ik heb geen keus,’ antwoord Neo Pold rustig. ‘Anders is alles waar ik zo hard voor hebt gewerkt weg en dat kan ik mezelf niet veroorloven!’ ‘Okay,’ vraagt Juliette. ‘Wat wil je dat ik doe?’ ‘Kijk waar mijn vrouw uithangt,’ antwoord Neo Pold. ‘En laat haar dan onderschept worden!’ ‘En Martijn dan?’ vraagt Juliette. Neo Pold staat op en loopt langzaam naar het raam. ‘Zorg ervoor dat hij wordt opgepakt en word gedumpt op Cahehos!’ zegt Neo Pold. ‘Komt voor elkaar’ zegt Juliette. ‘Goed.’ zegt Neo Pold terwijl ze het kantoor uitloopt.

Terwijl Juliette de kantoor uitloopt loopt Nark swingend naar binnen, een oude vriend van Neo Pold ‘Problemen?’ vraagt Nark lachend. Neo Pold draait zich geïrriteerd om. ‘Geen waar jij je zorgen om hoeft te maken,’ zegt Neo Pold. ‘wat kom je eigenlijk doen?’ ‘Oh, ik …,’ zegt Nark lachend. ‘Ik was in de buurt…Hoe staan de zaken ervoor?’ Neo Pold kijkt weer uit het raam. ‘Geen problemen die niet opgelost kunnen worden.’ antwoord Neo Pold. ‘Ik denk wel dat je weet dat de commissie argwaan begint te krijgen over je zogenaamde bedrijven,’ zegt Nark. ‘En al die slaven die onder het werken dood vallen, dat gaat een keer opvallen. Dat weet je!’ ‘Ik heb het gehoord!’ zegt Neo Pold kijkend uit de raam. Nark gaat zitten en zet zijn voeten op het tafel. ‘Raar dat de commissie nooit is opgevallen dat er zoveel vrachtvliegtuigen uit jouw rijk vandaan komen en dat ze nooit gedacht hebben aan illegale praktijken,’ zegt Nark. ‘Nou, wie ben ik, ik ben maar een premier van één van jouw planeten, jij bent de keizer! Maar als ik jou was, zou ik het rustiger aan doen!’ ‘Het is niet jouw zorg,’ zegt Neo Pold. ‘Je hoeft alleen te doen wat ik zeg.’ ‘Inderdaad,’ zegt Nark. ‘Inderdaad, ze zullen toch jouw er verantwoordelijk houden voor al die dode slaven!’ ‘Waar moeten al die criminelen dan allemaal naar toe,’ zegt Neo Pold. ‘De gevangenissen zijn allemaal al zo overvol!’ ‘Dat weet ik ook wel,’ zegt Nark. ‘En trouwens, hoe gaat met je dochter?’ Neo Pold draait zijn hoofd om naar Nark. ‘Je hoeft je geen om d’r te maken!’ zegt Neo Pold. Nark haalt zijn voet van tafel en staat op. ‘Goed,’ zegt Nark. ‘Ik houd je niet nog langer meer op.’

En ondertussen loopt Martijn door de drukke hoofdstad van Sabri, de hoofdplaneet van het rijk van Neo Pold. Hij loopt langs een auto waar een man achter het raam zit en de man vraagt aan Martijn: ‘Jongen, heb je vuur?’ Martijn loop naar de auto toe en vraagt: ‘Sorry, wat zeg je?’ En de man in de auto pakt heel snel een taser en steekt Martijn er mee, en trekt Martijn snel de auto in. ‘Meneer,’ zegt de man aan de telefoon. ‘We hebben uw zoon!’ Neo Pold zit grijnzend aan tafel met een telefoon in de hand. ‘Jullie weten wat te doen!’ zegt Neo Pold. ‘Natuurlijk, Meneer!’ zegt de man. Een universele uur later gooien twee mannen Martijn op de planeet, Cahehos, één van de heetste planeten in het hele universum. ‘Geld verdienen op de rug van anderen!’ zegt één van die mannen. ‘Kom,’ zegt de ander. ‘Laten we maar hier snel weer weg wezen en laten we deze prins maar sterven op deze hete eenzame planeet!’ De twee mannen lopen langzaam weg, en vliegen weer weg met hun ruimte vliegtuig. ‘Wacht,’ roept Martijn schor. ‘Laat me niet hier achter!’ En Martijn valt door vermoeid weer in slaap. En Martijn doet zijn ogen weer langzaam dicht en word zittend wakker in een klein ruimtevliegtuig, hij kijkt slaperig om zich heen, en ziet een man aan het stuur. ‘Waar ben ik?’ vraagt Martijn. Dan draait die man zijn hoofd om die achter het stuur zit. ‘Hallo,’ zegt de man. ‘Ik ben Rico!’ Rico richt zijn hoofd weer op het stuur. ‘Ik dacht, huh,’ zegt Rico. ‘Ik zie daar Martijn, de zoon van ons keizer dood te gaan. Ik dacht, dit kan niet goed zijn, ik neem ‘m mee.’ ‘Oh,’ zegt Martijn schor. ‘Bedankt daarvoor!’ ‘Wie heeft jou daar voor dood achter gelaten?’ vraagt Rico. ‘Twee mannen in pak.’ zegt Martijn. ‘Maar waarom,’ vraagt Rico. ‘Je bent toch de zoon van ons keizer, wie wil er nou jou dood hebben.’ ‘Weet niet’ zegt Martijn duizelig. ‘Wie durft er nou een aanslag te plegen op de kinderen van jouw vader Neo Pold,’ zegt Rico. ‘Hun zijn hun hele leven niet meer veilig! Dus ik begrijp er helemaal niets van!’ Martijn kijkt Rico beangstigend aan terwijl Rico aan het landen is. ‘We gaan nu landen.’ zegt Rico. ‘Waar gaan we landen precies? ‘vraagt Martijn duizelig. ‘Oh,’ zegt Rico. ‘Dit is mijn thuis planeet, Indoesa! Je kent het misschien niet, hier hebben wij de mooiste dieren en lekkerste fruit van heel Skaretos!’

Ze landen op een grasveld bij een vervallen huisje. Er lopen rare dieren voorbij die Martijn nog nooit van zijn leven heeft gezien, ze lijken op koeien maar hebben een soort wollen vacht zoals schapen en hebben een bek zoals honden. Martijn kijkt er met grote verbazing naar. En ze lopen naar de voor de deur van de vervallen huisje, Rico doet de deur open. ‘Kom je naar binnen,’ zegt Rico. ‘Sorry, voor de puinhoop, ik heb het al maanden niet meer schoon gemaakt!’ Aarzelend loopt Martijn naar binnen, het ziet er net zo vervallen uit van binnen als van buiten. Het lijkt alsof er maanden niet is schoongemaakt. Etensresten op de grond, vieze borden op de televisie, er rennen kleine diertjes van de ene plek naar de ander. En dan komt er een jonge vrouw binnen stormen. ‘Oh,’ zegt de vrouw. ‘Je hebt iemand meegenomen!’ ‘Ja,’ zegt Rico. ‘Dit is Martijn, de zoon van…!’ ‘Ik weet wie het is,’ onderbreekt de jonge vrouw Rico. ‘Het is natuurlijk de zoon van Neo Pold…! Oh, ik ben Silvia. Ik ben de vriendin van Rico. Maar doe de tv aan!’ Rico doet de tv aan op de staats tv zender van Skaretos, de rijk van Neo Pold, en er wordt gezegd dat de vrouw van de Keizer Neo Pold is vermoord. Martijn valt terneergeslagen op de grond. En verder wordt er gezegd dat er een klopjacht is op alle mensen die van de thuisplaneet van de vrouw van Neo Pold komen. Wie er één inlevert word beloond op een miljoen munten, en wie er één schuilhoud wacht een zware straf! ‘We moeten Martijn hier weg hebben!’ schreeuwt Rico. Silvia gaat naast Martijn zitten. ‘Martijn,’ vraagt Silvia. ‘Hé, gaat het?’ ‘Mijn moeder!’ zegt Martijn. ‘Waarom wil mijn vader mij dood hebben!’ En dan word er op de deur geklopt, ze schrikken zich rot. ‘Wie zou het kunnen zijn!’ zegt Silvia. ‘Neem Martijn mee naar de slaapkamer!’ fluistert Rico. Heel voorzichtig doet Rico de deur open. ‘Wat kan ik voor u doen, mevrouw?’ vraagt Rico. ‘Jouw vriendin heeft nog iets van mijn tegoed!’ zegt de vrouw. ‘Wat is het,’ antwoord Rico. ‘Ik ga het wel even voor u halen!’ ‘Nee,’ zegt de vrouw. ‘Laat mij even binnen, ik pak het wel even, ik alleen weet wat het is!’ ‘Silvia,’ roept Rico. ‘Kom eens even, de buurvrouw heeft je nodig!’ Silvia komt voorzichtig aanlopen. ‘Wat is er Rico?’ vraagt Silvia. ‘Kom eens wat dichterbij,’ fluistert de vrouw. ‘Ik kan zo niet goed met je praten.’ Silvia loopt argwanend naar haar toe en de buurvrouw pakt Silvia bij d’r strot met een pistool gericht op haar hoofd. ‘Waar is de prins,’ schreeuwt de buurvrouw. ‘Waar is hij! Ik heb ‘m jullie huis zien ingaan!’ Rico staat daar radeloos en weet niet wat te doen. ‘Breng de prins,’ schreeuwt de buurvrouw. ‘Nu, verdomme!’ Martijn staat in de slaapkamer gespannen om zich heen te kijken, zoekend naar een voorwerp om de buurvrouw mee neer te slaan. ‘Roep hem!’ schreeuwt de buurvrouw. ‘Rico,’ schreeuwt Silvia. ‘Doe iets! Rico staat in paniek om zich heen te kijken. En in eens krijgt de buurvrouw een brandblusser op haar hoofd en valt neer. Silvia springt van de buurvrouw af en kijkt om naar Martijn. ‘Ik moet hier weg,’ schreeuwt Martijn. ‘We gaan met je mee,’ zegt Rico tegen Martijn. ‘We laten je niet aan je lot over!’ Silvia knikt met d’r hoofd naar Rico. ‘Okay,’ zegt Rico. ‘Zullen we ervandoor gaan met mijn ruimte voertuig voordat andere mensen jou vinden!’ Ze rennen alle drie naar de ruimte voertuig van Rico en stappen direct in. ‘Waarom wilt jouw vader jouw bevolking uitroeien?’ vraagt Silvia. ‘Ik weet niet waarom,’ antwoord Martijn. ‘Ik weet wel dat hij problemen heeft met een ene George, maar of het hier mee te maken heeft, weet ik niet. Maar ik laat mijn vader niet mijn bevolking uitroeien. Ik moet mijn vader stoppen!’ ‘Hé,’ zegt Rico. ‘We gaan je helpen, toch, Silvia?’ Met overtuiging knikt Silvia de richting op van Rico. ‘We laten je niet in de steek!’ zegt Silvia. ‘Weet je,’ zegt Martijn. ‘Mensen die grote dingen bereiken in het leven, vragen nooit hoe of wat als, hun doen het gewoon en met een beetje moed komen ze heel ver!’ ‘Okay,’ vraagt Silvia aan Martijn. ‘Maar wat wil je dan gaan doen, hoe gaan we je vader stoppen?’ ‘Ik weet al wat,’ grijnst Martijn. ‘We hebben wapens nodig. Super wapens!’ ‘En hoe krijgen we die dan?’ vraagt Rico aan Martijn. ‘Jullie zullen nog wel zien!’ grinnikt Martijn.

Neo Pold zit rustig aan tafel met een kopje koffie. Juliette komt aan lopen met een jonge man in een veel te dure pak. ‘Meneer,’ zegt Juliette. ‘Er is hier iemand voor u, de heer Van der Kopen.’ ‘Gaat u zitten en wilt u wat te drinken, meneer Van der Kopen?’ zegt Neo Pold terwijl hij opstaat. ‘Nee,’ zegt Van der Kopen. ‘Ik ben zo weg. Ik ben van de commissie en u word gedagvaardigd!’ ‘Oh,’ antwoord Neo Pold. ‘Dat is niet goed nieuws!’ ‘De commissie heeft dingen over u gehoord waar ze niet zo blij over zijn!’ zegt Van der Kopen. ‘Wat dan als ik vragen mag?’ vraagt Neo Pold. ‘We hebben een tip gekregen over drugsmokkel vanuit één van uw planeten!’ antwoord Van der Kopen. ‘Oh,’ vraagt Neo Pold. ‘Wie als ik vragen mag? Jullie mogen komen kijken, dan zullen jullie zien dat dat complete onzin is!’ ‘Doen we ook, Meneer,’ zegt Van der Kopen. ‘Binnenkort komt de politie onderzoek doen in uw rijk!’ ‘Uiteraard!’ zegt Neo Pold. ‘Er werd nog iets verschrikkelijks over u gezegd,’ zegt Van der Kopen. ‘Maar dat hoort u wel wanneer u voor de commissie staat.’ Terwijl Neo Pold bestuderend naar de veel te dure pak van meneer Van der Koper aan het kijken, staat Van der Kopen op en geeft Neo Pold een brief. ‘Daar staat waar je moet zijn en wees op tijd!’ zegt Van der Kopen. ‘Ik zal er zijn’ zegt Neo Pold lachend. En Van der Kopen loopt het kantoor uit zonder gedag te zeggen. Juliette komt de kantoor binnen rennen. ‘Waar ging dat over,’ vraagt Juliette aan Neo Pold. ‘Verdenken ze jou ergens van?’ ‘Ja,’ zegt Neo Pold. ‘Inderdaad!’ ‘Maar wie heeft jou dan in vredesnaam verraden bij de commissie?’ vraagt Juliette. ‘Geloof me,’ antwoord Neo Pold. ‘Daar kom ik wel achter, daar kun je op rekenen!’ Intussen staan Martijn, Rico en Silvia achter een boom in de buurt van een legerbasis van Neo Pold. ‘Dit voelt niet goed,’ zegt Rico. ‘Jouw vader zal ons laten martelen als hij hier achter komt!’ Net voordat Rico wil weg lopen pakt Silvia Rico bij zijn kraag. ‘We doen dit samen,’ zegt Silvia. ‘Wist je nog! En wat komen we hier eigenlijk doen, Martijn?’ ‘Jij gaat die soldaat bij het hek verleiden om hem bij die basis vandaan te krijgen’ zegt Martijn. ‘Okay!’ zegt Silvia. ‘Zodat we zijn kleren kunnen krijgen en een gevechtsvliegtuig kunnen stelen!’ zegt Martijn. Silvia loopt op een verleidelijke manier, schuddend met haar billen naar de ingang van de basis. De soldaat schrikt zich een hoedje en begint te blozen. ‘Hé, lekkertje,’ zegt Silvia met een sexy stem. ‘Kom eens even hier!’ ‘Ik?’ vraagt de soldaat. ‘Ja,’ zegt Silvia. ‘jij!’ De soldaat komt heel verlegen een beetje dichterbij. ‘Doe eens de hek open en kom mee zodat ik je even kan verwennen!’ zegt Silvia. ‘Nou,’ zegt de soldaat blozend. ‘Ik weet het niet, hoor!’ ‘Kom gewoon mee,’ zegt Silvia. ‘We gaan eventjes lol maken!’ ‘Okay,’ zegt de soldaat. ‘Heel even, anders krijg ik op me kop!’ De soldaat legt zijn wapens op de grond en volgt Silvia huppelend naar een boom waar Martijn en Rico staan. En wanneer de soldaat de boom nadert slaat Martijn zijn kop in. ‘Rico,’ roept Martijn. ‘Doe zijn kleren aan en steel een gevechtsvliegtuig uit de legerbasis!’ ‘Maar hoe,’ antwoord Rico. ‘Ze zullen merken dat ik één van die gevechtsvliegtuigen mee neem!’ ‘Je moet een manier verzinnen om ze uit die legerbasis te lokken en om er dan één te stelen!’ roept Martijn. Rico loopt met trillende knieën de legerbasis binnen en ziet de soldaten eten en kaarten. Rico kijkt vol angst naar achteren waar Martijn en Silvia staan. ‘Alarm,’ roept Rico. ‘Alarm, er zijn vijandelijke indringers, we moeten ze gaan uitschakelen!’ De soldaten pakken hun wapens en rennen de legerbasis uit. Rico stapt een gevechtsvliegtuig in en start de motor en rijd richting de soldaten. ‘Okay,’ zegt Rico. ‘Ik moet ze uitschakelen! Even kijken.’ Rico zoekt naar de knop van een raket. ‘Hier gaat ie!’ schreeuwt Rico. Er schiet een raket uit de gevechtsvliegtuig richting de soldaten en ze vliegen allemaal de lucht in. ‘Ja!’ schreeuwt Rico. En daar komen Martijn en Silvia al aan rennen, en Rico zet de motor van de gevechtsvliegtuig uit.

Juliette komt Neo Polds kantoor binnen rennen. ‘Meneer!’ roept Juliette. ‘Je kunt mij nu niet storen,’ zegt Neo Pold. ‘Ik kijk nu naar mijn favoriete tv show, As the universe turns!’ ‘Maar het is belangrijk!’ zegt Juliette stotterend. ‘Okay,’ vraagt Neo Pold. ‘Wat is er nou zo ernstig dat niet even kan wachten?’ ‘Indoesa is aangevallen door rebellen!’ schreeuwt Juliette. ‘Je meent het.’ antwoord Neo Pold. ‘Vind je het dan niet erg?’ vraagt Juliette. ‘Ach,’ antwoord Neo Pold. ‘Laat Indoesa maar onafhankelijk worden, de inkomsten van die planeet begonnen toch al af te nemen! Ik heb nu veel belangrijkere dingen aan mijn hoofd. Bijvoorbeeld, welke malloot mij heeft verraden!’ ‘Maar Meneer,’ roept Juliette. ‘U weet toch wel dat wanneer één planeet vecht voor hun onafhankelijkheid, de rest dat ook gaan doen!’ ‘Je hebt helemaal gelijk,’ zegt Neo Pold. ‘Juliette, wat had ik zonder jou gemoeten!’ Juliette begint te blozen. ‘Okay,’ zegt Neo Pold. ‘Juliette, regel een live uitzending voor over het hele rijk, één vanuit mijn kantoor en de ander vanuit Indoesa, en laat de rest aan mij over!’ ‘Is goed, Meneer!’ zegt Juliette glimlachend. ‘Hun mogen hun vrijheid weer krijgen,’ zegt Neo Pold terwijl Juliette glimlachend weg loopt. ‘Maar niet zonder een prijs grote te betalen.’

Rico is de gevechtsvliegtuig aan het voorbereiden om de planeet te verlaten. ‘Maar hoe zou het zijn als we deze planeet zouden bevrijden van mijn vader,’ zegt Martijn tegen Rico. ‘Mijn vader heeft genoeg mensen pijn gedaan!’ ‘Maar jouw vader heeft een groot leger,’ antwoord Rico. ‘Daar kunnen wij nooit tegen…!’ ‘Hey,’ roept Silvia naar Martijn en Rico. ‘Kijk wat ik hier heb gevonden!’ Martijn en Rico rennen naar Silvia die bij een groot vierkant ding staat met een doek erover heen. ‘Kijk,’ zegt Silvia. ‘Hier is een brief die er bij hoort, maar ik kan het niet verstaan!’ Martijn pakt de brief begint het te bestuderen. ‘Dit is de moedertaal van mijn vader,’ zegt Martijn. ‘Hij heeft het mij een beetje geleerd!’ ‘Wat staat er in?’ vraagt Rico. ‘Er staat iets van een geheime operatie waar mijn vader mij bezig is,’ antwoord Martijn. ‘De rest begrijp ik niet zo!’ Martijn haalt de doek ervan af. ‘Het lijkt wel een motor!’ zegt Rico. ‘Martijn,’ vraagt Silvia aan Martijn. ‘Weet jij hier meer van?’ ‘Mijn vader heeft het hier nooit over gehad!’ antwoord Martijn. ‘Laten we met de president van Indoesa gaan praten,’ zegt Silvia. ‘Misschien weet hij meer!’ ‘Maar geeft de president ons dan niet meteen aan bij Neo Pold!’ zegt Rico. ‘Nou,’ antwoord Martijn. ‘De president en ik waren altijd goede…!’ ‘Je vader is op tv!’ onderbreekt Silvia Martijn. ‘Doe het geluid iets harder!’ zegt Martijn. ‘Hallo,’ zegt Neo Pold. ‘Alle wezens van mijn hele rijk Skaretos. Jullie zien nu beelden van de planeet, Indoesa. Het is één van mijn mooiste kolonies uit mijn rijk en daarom doet het mij zoveel pijn wat ik nu ga doen! Maar het moet, de bevolking van Indoesa zijn altijd zo gastvrij, maar vandaag ben ik toch wel teleurgesteld geraakt in de bevolking van Indoesa!’ ‘Hé,’ roept Martijn. ‘Dat zijn de gevechtsvliegtuigen van mijn vader die boven de hoofdstad van Indoesa vliegen!’ ‘Wat ik nu ga doen doet mij zoveel pijn in mijn hart,’ zegt Neo Pold. ‘Maar als mensen mij bedonderen moet ik nou eenmaal maatregelen nemen!’ Er vliegen acht gevechtsvliegtuigen boven de hoofdstad van Indoesa. ‘Okay,’ zegt Neo Pold. ‘Jongens, ga jullie gang!’ En de gevechtsvliegtuigen bombarderen de hele hoofdstad van Indoesa, elk steen, elk stuk ijzer, elk wezen is naar de verdoemenis. Martijn houdt zijn handen voor zijn ogen en durft niet te kijken. ‘Mijn vader vermoord miljoenen mensen!’ schreeuwt Martijn. ‘Ah,’ roept Silvia. ‘Onschuldige mensen die hier niets mee te maken hebben! Het is ons schuld!’ De hoofdstad van Indoesa is helemaal plat gebombardeerd. De hoofdstad van Indoesa is een ravage, er is niks meer over en geen enkele overlevende. ‘En vanaf nu zijn jullie onafhankelijk,’ zegt Neo Pold. ‘En herinner dat Indoesa een voorbeeld was, de volgende die mij bedonderd komt er niet zo goed vanaf!’ En de tv gaat vanzelf uit. ‘Het is ons schuld,’ huilt Silvia. ‘Neo Pold dacht dat de bevolking van Indoesa in opstand kwamen, maar het was wij!’ ‘Nou,’ zegt Martijn. ‘Er is één voordeel, Indoesa is nu onafhankelijk en hebben wij nu ook een hele planeet als partner in de strijd tegen mijn vader. Ze zullen zich nu wel aan ons kant sluiten!’ ‘Okay,’ zegt Rico. ‘Wat ben je nu van plan dan?’ ‘Nou,’ antwoord Martijn met een knipoog naar Rico. ‘We gaan mijn vaders rijk verwoesten, alle planeten bevrijden!’ ‘Okay,’ vraagt Rico. ‘Maar hoe?’ ‘Waar een wil is, is een weg!’ antwoord Martijn. ‘Dus beter gezegd,’ roept Rico. ‘Wraak!’ ‘Inderdaad,’ zegt Martijn. ‘Hij heeft mijn moeder vermoord, en dus nu neem ik hem ook iets dierbaars af!’ ‘Dit voelt niet goed!’ zegt Rico die zijn buik vasthoudt. ‘Geen zorgen,’ zegt Martijn. ‘Laten we nu naar de president van Indoesa gaan om te vragen of hij ons helpt!’

Enkele universele uren later kijkt Neo Pold vanuit zijn kantoor naar buiten en komt Juliette binnen wandelen. ‘Waarvoor had u me nodig,’ vraagt Juliette. ‘Meneer?’ ‘Ik wil dat je Nark voor me oproept,’ antwoord Neo Pold terwijl hij een mooie rode vogel ziet voorblij vliegen. ‘We hebben nog dingen … te bespreken.’ ‘Oh,’ zegt Juliette glimlachend. ‘Dingen te bespreken! Dat klinkt spannend!’ En Juliette loopt lachend weer het kantoor uit. Martijn, Rico en Juliette staan voor het paleis van de president Indoesa. ‘Ga maar verder,’ zegt een bewaker van het paleis tegen Martijn. ‘Uwe Hoogheid!’ Ze betreden het paleis, en direct komen er drie grote mannen in pak met een microfoontje in hun oren de richting op van Martijn. ‘De president komt er zo aan,’ zegt één van die mannen. ‘Uwe Hoogheid!’ ‘We moeten een tegenaanval plegen!’ zegt een politicus. ‘Nee,’ zegt de president. ‘Dat winnen we nooit, zijn leger is veel te groot!’ ‘Neo Pold heeft miljoenen mensen van ons planeet gedood,’ schreeuwt een andere politicus. ‘Dat kunnen we toch niet zomaar laten gebeuren!’ ‘Meneer de president,’ zegt een secretaresse tegen de president. ‘De zoon van de keizer Neo Pold is hier, en hij wilt u spreken!’ ‘Ik kom er zo aan!’ zegt de president. Martijn, Rico en Silvia staan te wachten in de hal van het regeringshuis. De president komt aanlopen met twee mannen in pak. ‘Dus je leeft nog,’ vraagt de president aan Martijn. Er gingen geruchten dat je dood zou zijn?’ ‘Ja,’ zegt Martijn. ‘Maar ik leef nog, en wil samen met u de strijd aangaan tegen mijn vader!’ ‘Wat erg wat er vandaag is gebeurt!’ zegt Silvia. ‘Wij waren de opstandelingen die mijn vaders legerbasis hebben aangevallen!’ zegt Martijn. ‘Waarom valt iemand in vredesnaam zijn eigen vader aan?’ vraagt de president aan Martijn. ‘Mijn vader heeft mijn moeder vermoord,’ antwoord Martijn. ‘En hij heeft genoeg leed aangericht in zijn tijd als de keizer!’ De president kijkt Martijn aandachtig aan. ‘Mijn doel is om mijn vaders regime te laten vallen,’ zegt Martijn. ‘En te ontmantelen! En wij hebben uw hulp nodig!’ ‘Dat begrijp ik!’ zegt de president. ‘Weet je misschien meer van mijn moeders dood en mijn ontvoerders?’ vraagt Martijn. ‘Niet echt,’ antwoord de president. ‘Ik weet alleen dat jouw vader een grote ruzie had met George, ken je George? ‘Ik weet alleen dat mijn vader een handelsverdrag met ‘m heeft!’ antwoord Martijn. ‘En we hebben een motor gevonden,’ vraagt Rico aan de president. ‘Het is volgens mij een geheimoperatie, weet je daar iets meer van?’ ‘De motor wordt hier geproduceerd,’ antwoord de president. ‘Maar meer weet ik er niet van!’ ‘Raar zeg!’ zegt Martijn. ‘Ik deed wat er van mij gevraagd werd!’ zegt de president. ‘Ik wil u vragen of u mee wilt helpen in de strijd tegen mijn vader?’ vraagt Martijn. ‘En hoe wil je dat doen,’ zegt de president. ‘Hij heeft een groot leger, en wij zijn maar een kleine planeet!’ ‘Wil je dan niet dat mijn vader gestopt word!’ zegt Martijn. ‘De enige manier is als we meer planeten aan ons zijde hebben,’ zegt de president. ‘Dan maken we misschien nog een kans!’ ‘En wie weet waar die motoren voor worden gemaakt!’ zegt Silvia. ‘Maar weet u waar die motoren naar toe worden gebracht?’ vraagt Martijn aan de president. ‘Het kunnen twee planeten zijn,’ antwoord de president. ‘Croesa of Bosa, maar ik gok op Croesa!’ ‘Maar hoe komen we daar?’ vraagt Martijn. ‘Ik kan wel iemand jullie laten brengen!’ zegt de president. ‘Dat lijkt me een goed plan,’ zegt Martijn. ‘Bedankt! Ik wist wel dat ik op u kon rekenen!’ ‘Geen dank,’ zegt de president. ‘Daar zijn vrienden voor! Maak jullie klaar voor vertrek! En ik zal de mensen van Croesa en Bosa inlichten dat jullie eraan komen!’

Neo Pold staat in zijn kantoor bij het ontwerp van de geheime operatie. Nark komt swingend binnen wandelen. ‘Je wou me spreken?’ vraagt Nark. Neo Pold draait zich langzaam om. ‘Nark,’ zegt Neo Pold. Welkom! Je bent altijd een prettige gezelschap!’ Nark en Neo Pold gaan allebei zitten, en Nark zet zijn voeten de tafel. ‘Alleen nu ben ik een beetje teleurgesteld in je!’ zegt Neo Pold. ‘Waarom,’ vraagt Nark. ‘We zijn toch goede vrienden?’ ‘Oh,’ zegt Neo Pold. ‘Goede vrienden, zeg je!’ Neo Pold loopt weer naar het ontwerp van de geheime operatie en neemt er een in zijn hand. ‘Hoe gaat het eigenlijk met het extreme aantal zieken op jou planeet?’ vraagt Neo Pold. ‘Echt verschrikkelijk,’ antwoord Nark. ‘Het is een epidemie aan het worden, we hebben nu echt meer medicijnen nodig, vrees ik!’ ‘En ik moet dat dan regelen,’ zegt Neo Pold. ‘Omdat ik de keizer ben!’ ‘Hoe bedoel je?’ vraagt Nark. ‘Ik denk wel dat je weet wat ik bedoel!’ antwoord Neo Pold. Neo Pold draait zich om. ‘Ik stop onmiddellijk met de toevoer van medicijnen naar jouw planeet!’ zegt Neo Pold. ‘Nee,’ schreeuwt Nark. ‘Dat kun je niet menen, mijn bevolking…!’ ‘Onderdanen mogen nooit hun keizer tegenspreken, schreeuwt Neo Pold. ‘En donder op, nu!’ En Juliette komt Nark direct ophalen. ‘Ik dacht dat we vrienden waren,’ zegt Nark. ‘Je hoeft je geen zorgen te maken. Ik wil geen seconde langer in deze kantoor blijven!’ En Nark loopt snel het kantoor uit. ‘Meneer,’ vraagt Juliette aan Neo Pold. ‘Jij denkt dat Nark jou heeft verraden bij de commissie? Ik kan het me niet voorstellen, jullie zijn zulke goede vrienden!’ ‘Hij is één van de weinige die van de illegale handel afweet,’ zegt Neo Pold. ‘En hij moest het er laatst ook nog eens weer over hebben! Ik weet het nog niet zeker, maar als hij het is, is hij nog lang niet jarig!’ Martijn, Rico en Silvia staan op het ruimtestation van Indoesa. ‘Ik ben zo benieuwd hoe Croesa eruit ziet,’ zegt Silvia. ‘Ik ben er nog nooit geweest!’ ‘Nou,’ zegt Rico lachend terwijl hij Silvia vasthoudt. ‘Dan komen samen nog ’s op andere plekken in het universum!’ Een piloot loopt een ruimte vliegtuig uit en doet een buiging aan Martijn. ‘Jullie kunnen aan boord!’ zegt de piloot. Martijn gaat lachend voorin zitten, en Silvia gaat naast Rico zitten achter Martijn. ‘Gordels om,’ zegt een stewardess. ‘We gaan opstijgen.’ Het ruimtevliegtuig begint steeds harder te rijden totdat het ruimtevliegtuig langzaam de lucht in gaat. ‘Ik heb gehoord dat het heel zonnig is op Croesa,’ zegt Silvia glimlachend. ‘Ik kan wel een kleurtje gebruiken, volgens mij!’ ‘Nou,’ zegt Rico lachend. ‘Voor mij ben je perfect zoals je bent!’ En Silvia kijkt Rico verliefd aan. ‘We kunnen niet gaan zonnen,’ roept Martijn. ‘Tortelduifjes, we hebben veel belangrijkere zaken dan bruin worden!’ Nou,’ zegt Silvia terwijl ze verliefd naar Rico kijkt. ‘We gaan heus niet op het strand liggen, hoor! Gewoon hand in hand door de straten van Croesa, dan kun je al een kleurtje oplopen!’ Martijn kijkt achterom naar Silvia en haalt zijn ogen op. ‘Alsjeblieft zeg!’ zegt Martijn.

Neo Pold loopt de zaal van de commissie binnen met aan zijn beide schouders een bodyguard. ‘Gaat u zitten!’ zegt de leider van de commissie tegen Neo Pold. Neo Pold neemt een diepe zucht en gaat heel zenuwachtig zitten. In die zaal zitten twintig leden van de commissie, en ze kijken Neo Pold bestuderend aan. Neo Pold voelt zich niet zo op zijn gemak, hij probeert oogcontact met de leden van de commissie te vermijden. ‘Wij zijn de twintig leden van de commissie,’ zegt de leider van de commissie. ‘U hebt vast wel gehoord waarom u hier bent!’ ‘Ik weet waarom ik hier ben,’ zegt Neo Pold stotterend. ‘Maar dat is pure onzin! Er zijn bepaalde mensen die mij klein willen krijgen, jaloerse mensen! Mensen die mijn rijk bijvoorbeeld willen overnemen!’ ‘We verdenken u alleen maar,’ zegt de leider. ‘U bent hier uitgenodigd om uw verhaal te kunnen doen!’ ‘Trouwens,’ roept Neo Pold kijkend om zich heen. ‘Wie heeft dat jullie die lariekoek verteld!’ ‘Rustig,’ zegt de leider. ‘Meneer, zoals ik al zei, we verdenken u alleen maar!’ Neo Pold neemt een diepe zucht. ‘Er gaan ook geruchten dat u uw vrouw hebt gedood!’ zegt de leider. ‘Wat is dit voor onzin,’ roept Neo Pold. ‘Denken jullie nou echt dat ik mijn eigen vrouw zou vermoorden!’ ‘Dus u transporteert geen illegale producten vanuit uw rijk?’ vraagt de leider. ‘Nee!’ antwoord Neo Pold hard. ‘U hebt ook niet uw vrouw laten vermoorden?’ vraagt de leider. ‘Nee,’ antwoord Neo Pold. ‘Natuurlijk niet!’ ‘En u hebt ook geen slaven die voor u werken tot ze letterlijk dood vallen?’ vraagt de leider. ‘Hier geef ik geen antwoord op!’ antwoord Neo Pold. ‘Okay,’ zegt de leider. ‘Okay, we hebben genoeg gehoord voor nu, het onderzoek gaat gewoon verder. En als er bewijzen tegen u zijn, komt er een rechtszaak!’ ‘Daar is dan niets aan te doen!’ zegt Neo Pold. Neo Pold staat op en loopt de commissie zaal uit en terwijl hij weg loopt kijkt hij de leden van de commissie dreigend aan. ‘U hoort nog van ons!’ zegt de leider van de commissie.

Een hele universele dag verder loopt Neo Pold te ijsberen door zijn kantoor. ‘Meneer,’ zegt Juliette terwijl Neo Pold zich een hoedje schikt. ‘Er is hier iemand van het UPO (Universele Politie Organisatie)!’ ‘Laat hem maar naar binnen!’ zegt Neo Pold. De man komt binnen en gaat direct zitten terwijl Juliette de kantoor uit loopt. ‘Okay,’ vraagt Neo Pold. ‘U bent helemaal hier naar me toe gekomen, dus u hebt wat nieuws voor me, de commissie is waarschijnlijk iets van plan?’ ‘Ja,’ antwoord de rechercheur. ‘De commissie is van plan u binnenkort in voorarrest te zetten!’ Het is even muisstil. ‘Okay,’ zegt Neo Pold. ‘Bedankt dat u mij dat even bent komen vertellen!’ ‘U betaalt ons organisatie,’ antwoord de rechercheur grijnzend. ‘Zonder u houden we op met bestaan. Dus het is een win-win situatie!’ ‘Natuurlijk!’ zegt Neo Pold. ‘U moet een tijdje gaan onderduiken,’ zegt de rechercheur. ‘Ze zijn van plan om een leger in te zetten!’ Neo Pold draait zich om en kijkt naar buiten en maakt van zijn hand een vuist. ‘U hebt gelijk!’ antwoord Neo Pold. ‘U loopt het risico om opgepakt te worden,’ zegt de rechercheur. ‘En dan kunnen wij bij de UPO niet veroorloven! Maar u staat er helaas alleen voor! Dit keer kunnen wij niet voor u bijspringen!’ ‘U hebt gelijk,’ zegt Neo Pold. ‘Ik houd u niet langer meer op! De commissie zou u hier natuurlijk niet mogen zien!’ ‘Ik laat mezelf maar uit.’ Antwoord de rechercheur. Neo Pold draait zich om en roept Juliette. ‘Regel voor mij een ruimtevliegtuig,’ zegt Neo Pold terwijl Juliette snel de kantoor binnen komt rennen. ‘Ik ga een tijdje onderduiken!’ ‘Is goed, meneer,’ zegt Juliette. ‘Ik regel het meteen!’

Martijn, Rico en Silvia lopen het ruimtevliegtuig uit. Ze zien een mooie woestijn, de woestijn heeft een roze kleur, de bergen zijn paars, ze zien roodachtige palmbomen. Er lopen blauwe kamelen te huppelen door de woestijn, ze kijken hun ogen uit, ze hebben nog nooit zoiets gezien. Wauw, wat een prachtige planeet is dit, zeg, denkt Martijn. De president komt hun tegemoet met twee bodyguards. ‘Uwe hoogheid,’ zegt de president. ‘Welkom op de mooiste tropische planeet van Skaretos, Croesa! Ik ben president Misa!’ ‘U hoeft geen hoogheid te zeggen,’ antwoord Martijn glimlachend. ‘Noem me maar gewoon Martijn!’ ‘Wat brengt u hier, Martijn?’ vraagt Misa lachend. ‘Ik ben op zoek naar de geheime operatie van mijn vader!’ antwoord Martijn. Misa kijkt Martijn eventjes aan. ‘Kom,’ zegt Misa. ‘Laten we even wat lopen!’ Ze lopen allemaal mee door de roze woestijn zand. ‘Wat heeft uw vader u verteld over de geheime operatie?’ vraagt Misa aan Martijn. ‘Helemaal niets,’ antwoord Martijn. ‘Daarom ben ik hier! Ik wil weten waar hij mee bezig is, en wat hij ermee wil doen!’ ‘Ik wil niet in problemen komen met uw vader,’ zegt Misa voorzichtig. ‘Uw vader is niet echt… een makkelijke man, als ik het zo mag zeggen!’ Martijn staat even stil en kijkt Misa eventjes aan. ‘Ik moet het weten zodat ik hem kan stoppen voordat het te laat is voor ons allemaal!’ zegt Martijn. ‘Okay,’ zegt Misa zuchtend. ‘Uw vader is bezig een onverwoestbare gevechtsvliegtuig te produceren!’ zegt Misa. ‘Maar waarom heeft mijn vader dat nodig?’ vraagt Martijn. ‘Neo Pold wil een grote universele macht worden in het heelal,’ antwoord Misa. ‘Door zoveel mogelijk planeten te koloniseren en met die gevechtsvliegtuigen word hij onoverwinnelijk. Uw vader is altijd ontevreden geweest over het aantal gekoloniseerde planeten in zijn rijk! En mijn planeet bezit de bouw en grondstoffen om die onverwoestbare gevechtsvliegtuigen te maken!’ ‘Die klootzak!’ schreeuwt Martijn. Misa kijkt Martijn ernstig aan. ‘Zou ik zo’n vliegtuig mogen bemachtigen?’ vraagt Martijn. Ze lopen allemaal weer verder. ‘Maar hoezo?’ vraagt Misa. ‘Ik wil tegen mijn vader gaan strijden,’ antwoord Martijn. ‘De slaven bevrijden, de kolonies onafhankelijk maken…!’ ‘En hij heeft mijn moeder vermoord!’ huilt Martijn terwijl hij instort. ‘Okay,’ zegt Misa. ‘Ik begrijp het al! Ik zal u brengen naar waar het word geproduceerd!’ ‘Bedankt!’ zegt Martijn terwijl hij langzaam opstaat. Na vele universele uren later rijden Martijn, Rico, Silvia en Misa een fel paarse berg op. ‘Hebben jullie al de lekkere geur van de zand geroken!’ zegt Rico terwijl hij zijn hand in het zand steekt. ‘Ja,’ zegt Silvia. ‘Dat kunnen we mee naar huis nemen, zodat ons huis een lekkere geur krijgt!’ ‘Ja,’ onderbreekt Martijn Silvia. ‘Dat kunnen jullie huis wel gebruiken!’ ‘Maar Misa,’ vraagt Martijn bibberend van de kou. ‘Weet u echt zeker dat het hier geproduceerd word?’ ‘Jazeker,’ antwoord Misa. ‘In deze berg worden er wel meerdere dingen geproduceerd!’ Zoals zeep!’ roept Rico lachend.

Ondertussen zit Neo Pold op een planeet ver weg van Sabri, zijn hoofdkantoor. Voorlopig regelt hij zijn zaken hier, beter hier dan in een cel. Ver weg in zijn gedachten ziet hij wilde dieren rennen, eten en zwemmen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen, die Nark gaat eraan denkt Neo Pold bij zich zelf. Tot er iemand aan zijn deur klopt. ‘Neo Pold,’ vraagt de man achter de deur. ‘U wou me spreken?’ ‘Oh,’ antwoord Neo Pold. ‘Kom maar naar binnen, de deur is al open!’ De man komt naar binnen en gaat rustig zitten. ‘Leuk kantoortje heb je hier!’ zegt de man glimlachend. ‘Het is niet iets bijzonders,’ antwoord Neo Pold glimlachend. ‘Maar het kan ermee door!’ De man kijkt Neo Pold glimlachend aan. ‘Ik heb u gevraagd om tegen niemand te zeggen waar ik ben en heeft u aan uw woord gehouden?’ vraagt Neo Pold. ‘Ik heb me aan me woord gehouden,’ vraagt de man. ‘En waarom ben ik hier eigenlijk?’ ‘U weet vast wel in wat voor onmogelijke situatie ik zit,’ antwoord Neo Pold. ‘En toevallig bent u de hoofdofficier van justitie. Dus dat komt goed uit!’ ‘U wordt gezocht door de commissie!’ zegt de officier. ‘Klopt,’ zegt Neo Pold. ‘En het is zo’n grote probleem voor mij, ik ben op deze manier geen vrij man! Ik kan niet doen en laten wat ik wil, snap je!’ ‘Ja,’ antwoord de officier. ‘Dat kan ik me heel goed voorstellen!’ Neo Pold loopt naar het raam en kijkt weer naar buiten naar die wilde dieren. ‘Daarom bent u hier,’ zegt Neo Pold. ‘U moet mij een gunst doen!’ ‘Moet!’ zegt de officier glimlachend. ‘Kijk,’ zegt Neo Pold. ‘Het kantoor hier heeft hier een mooi uitzicht, maar ik voel me hier niet thuis en als u mij een gunst zou doen, zal ik u een gunst terug doen die u niet kan weigeren!’ ‘Wat voor een gunst,’ vraagt de officier. ‘Als ik vragen mag?’ Neo Pold gaat weer zitten en zet zijn voeten op tafel. ‘Ik heb verhalen over u gehoord dat u wel van een “gunst” houd!’ zegt Neo Pold. ‘Oh,’ zegt de officier die achterover geleund zit in zijn stoel. ‘Dan hebt u ook wel gehoord dat zo’n gunst best “prijzig” kan zijn!’ ‘Dat wordt geen enkel probleem!’ antwoord Neo Pold. Neo Pold staat op en pakt een ketel met koffie erin. ‘Wilt u koffie?’ vraagt Neo Pold. De officier schudt zijn hoofd. ‘Nee,’ antwoord de officier. ‘Dank u!’ ‘Weet u dat zeker,’ vraagt Neo Pold. ‘Dit is het lekkerste koffie uit mijn rijk, misschien wel het lekkerst uit het hele universum!’ De officier kijkt hoe Neo Pold koffie voor zich zelf inschenkt. ‘Als ik weer een vrij man mag zijn krijgt u uw gunst!’ zegt Neo Pold. ‘Nou,’ antwoord de officier glimlachend. ‘Boek maar snel weer een ticket naar Sabri, dat hoeft strakjes geen enkel probleem meer te zijn!’ ‘Goed,’ zegt Neo Pold terwijl hij een slokje neemt van zijn kopje koffie. ‘Goed! Goh, wat is dit lekker zeg!’

Martijn, Rico, Silvia en Misa lopen stap voor stap richting een grote rots met een deur erin. ‘Wat weet u precies van de plannen van mijn vader?’ vraagt Martijn aan Misa. ‘Neo Pold wil het machtigste leger in het heelal bouwen,’ antwoord Misa. ‘En een eigen commissie beginnen, zodat hij de heerser zal worden van het universum!’ Martijn slikt en gaapt Misa aan. ‘Deze gevechtsvliegtuigen worden zo sterk dat er maar één nodig is om een heel planeet verwoesten!’ zegt Misa. ‘Ze worden verder op de planeet Bosa geproduceerd!’ zegt Misa. Martijn, Rico, Silvia en Misa komen aan bij de rots met de deur. Misa steekt een pasje in een gleuf en de deur gaat open en achter die deur is een lift. Ze stappen de lift in en de lift gaat kilometers naar beneden. Totdat de deur van de lift weer open gaat en ze een productieplaats binnen wandelen waar de harnas van de gevechtsvliegtuigen worden geproduceerd. Martijn loopt naar een net klaar geproduceerde harnas. ‘Waar worden ze nu naar toe gebracht?’ vraagt Martijn aan Misa. ‘Deze worden naar het productie plaats van Bosa gebracht waar het verder geproduceerd zal worden!’ antwoord Misa. Misa pakt Martijn bij zijn arm en trekt hem even mee. ‘Op bosa zit het hoofd legerbasis van Neo Pold,’ zegt Misa. ‘Dus als je denkt dat je zomaar die vliegtuigen kunt stelen, heb u het mis. Bosa is heel sterk beveiligd, het is net een regime. Op elke hoek staat er zowat wel een soldaat!’ Martijn gaapt Misa aan. ‘Je moet een heel goed plan hebben als u die gevechtsvliegtuigen wil stelen!’ zegt Misa. ‘Heb ik ook!’ zegt Martijn lachend. ‘Okay,’ zegt Misa. ‘Ik hoop niet dat u tegen mij liegt! Ik ken u nog maar net, maar ik zie dat u een goeie vent bent! Maar uw vader maakt geen grap, dat weet u, want u kent uw vader beter dan wie dan ook!’ ‘Binnenkort begint toch het jaarlijkse gala van de verenigde naties?’ vraagt Martijn lachend. ‘Ja,’ antwoord Misa terwijl hij achter zijn oren krabt. ‘Dat klopt?’ ‘Perfect!’ zegt Martijn glimlachend. Misa kijkt Martijn met verbazing aan.

Neo Pold loopt met drie grote bodyguards met geweren op hun schouders een gebouw in. Ze lopen de kantoor van Nark binnen. ‘Neo Pold,’ vraagt Nark. ‘Wat brengt jou hier, je zou toch gearresteerd worden door de commissie?’ Neo Pold gaat rustig aan Narks tafel zitten. ‘Uhm…,’ antwoord Neo Pold die om zich heen kijkt. ‘Argwaan! En nee, ik heb het al geregeld, maak je maar geen zorgen!’ ‘Okay,’ vraagt Nark aan Neo Pold. ‘Hoe gaat het met je dochter, Suzan, neem je haar dit jaar weer mee naar het gala?’ Neo Pold pakt een pen van de tafel. ‘Jazeker,’ antwoord Neo Pold. ‘Ze houdt van gala’s, dat weet je. En hoezo ben je de laatste tijd zo geïnteresseerd in mijn dochter! Heb je dingen te verbergen, misschien!’ Neo Pold loopt naar het raam en kijkt naar buiten, en neemt een diepe zucht. ‘Sorry!’ zegt Neo Pold. ‘Geeft niet!’ zegt Nark stotterend. ‘Ja,’ praat Neo Pold verder. ‘Ze zoekt maanden van te voren de mooiste jurk, alleen maar voor deze dag!’ ‘Waar wordt het dit jaar eigenlijk gehouden?’ vraagt Nark slikkend. ‘Maak je daar maar geen zorgen over,’ antwoord Neo Pold. Kijkend uit het raam van het kantoor van Nark. ‘Want dit jaar sla jij over!’ ‘Hoe bedoel je?’ vraagt Nark stotterend. ‘Weet je waarom ik nooit graag bij jou op bezoek kwam,’ antwoord Neo Pold. ‘Is omdat het hier zo verdomde koud is, maar deze keer had ik geen keus. Ik heb hier iets af te handelen!’ ‘Weet je, Neo Pold,’ roept Nark. ‘Als je wilt dat ik aftreed, of uit jouw rijk verdwijn, dan doe ik dat. Heel graag zelfs, alles om jou tevreden te stellen!’ Neo Pold draait zich om naar Nark en begint te glimlachen. ‘Nee,’ antwoord Neo Pold. ‘Ik heb andere plannen met jou, leukere plannen!’ ‘Dit kan je niet maken,’ schreeuwt Nark. ‘Ik heb een vrouw, ik heb kinderen. Die kleine is pas één universele jaar!’ Neo Pold gaat weer rustig aan tafel zitten. ‘Weet ik,’ antwoord Neo Pold. ‘Een jaartje pas? Waarom ben je gewoon niet bij je vrouw gebleven, je weet toch dat die jonge dames er alleen maar zijn voor het geld. Nou, dat wilde ik je altijd al vertellen!’ Nark kijkt Neo Pold aan met tranen in de ogen. ‘Maar ik kan geen verrader in mijn rijk gebruiken!’ zegt Neo Pold. ‘Hoe bedoel je,’ vraagt Nark snotterend. ‘Waar heb je het over? Ik heb jou helemaal niet verraden, ik zweer het, ik zweer op mijn kinderen!’ ‘Nooit op iets zweren wat je niet meent!’ schreeuwt Neo Pold. Nark gaat op z’n knieën op voor Neo Pold. ‘Alsjeblieft,’ schreeuwt Nark. ‘Neo Pold, laat me leven! Ik heb jou niet verraden, alsjeblieft, laat me…!’ ‘Ik ga jou meenemen naar mijn kerker,’ onderbreekt Neo Pold Nark. ‘En ga heel veel lol hebben! Neem hem mee!’ De drie mannen rapen Nark van de grond. ‘Neo,’ schreeuwt Nark. ‘Ik smeek je, ik smeek je, ik smeek je!’ Neo Pold zet zijn voeten op de tafel van Nark. ‘Een huichelaar minder in het universum!’ zegt Neo Pold met een gemene lach op zijn gezicht.

Neo Pold komt uitgeput thuis en zet zijn blazer op een stoel en doet de licht aan, en ziet daar Suzan zitten. ‘Hallo, vader!’ zegt Suzan. Neo Pold schrikt en houdt zijn borst vast. ‘Suzan,’ zegt Neo Pold buiten adem. ‘Je liet me schrikken!’ ‘Slecht geweten!’ zegt Suzan. ‘Je moest eens weten!’ antwoord Neo Pold. ‘Hoe gaat het met Nark?’ vraagt Suzan. ‘Oh ja,’ antwoord Neo Pold lachend. ‘Hij is naar een plek gegaan, hier heel ver weg vandaan!’ ‘Wat is er zo grappig?’ vraagt Suzan. ‘Nee joh,’ zegt Neo Pold. ‘Ben gewoon moe.’ ‘En waar is hij dan naar toe gegaan?’ vraagt Suzan. ‘Okay, Suzan,’ zegt Neo Pold. ‘Wat wil je horen! Je kent me toch!’ ‘Je hebt hem gewoon vermoord,’ schreeuwt Suzan. ‘Dat is wat er hier aan de hand is!’ ‘Wat wil je nu dat ik zeg,’ zegt Neo Pold. ‘Het is zo, ja!’ ‘Hij was je beste vriend,’ schreeuwt Suzan. ‘Eigenlijk, je enige vriend, hoe kan iemand nou zijn beste vriend vermoorden!’ ‘Beste vriend,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Je moet eens wat deze vuile huichelaar mij heeft geflikt! Hij is een verrader! Door hem had ik bijna een levenslange celstraf gekregen, weet je dat!’ Suzan verslikt zich. ‘Beste vriend,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Niemand is mijn vriend, dacht je dat ik aan al dit door een beste vriend ben gekomen. Vrienden zijn bij je als ze je kunnen naaien en als je me naait, vermoord ik je! Punt!’ Suzan begint te huilen. ‘Helemaal niemand komt aan mijn geld waar ik mijn halve leven aan heb gewerkt,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Ik zeg het gewoon, ik, ben een moordenaar. Ik ben de persoon die hier alles bepaalt in Skaretos, weet je niet hoeveel mensen een aanslag op mijn leven hebben willen plegen, en ik heb ze allemaal vermoord. Niemand, helemaal niemand is machtiger dan Neo Pold en dat heb ik heel vaak laten zien.’ ‘Maar het was niet Nark die jou heeft verraden, pa,’ snottert Suzan. ’Ik was de persoon die jou bij de commissie hebt verraden!’ ‘Maar hoezo in vredesnaam?’ vraagt Neo Pold. ‘Ik wilde dat je ophield met die gruwelijke dingen die je allemaal deed,’ zegt Suzan huilend. ‘Ik deed het voor jou! Al die slaven die onder het werk dood gaan, al die mensen die je martelt!’ ‘Voor mij!’ schreeuwt Neo Pold. ‘Wat,’ vraagt Suzan. ‘Ga je me nu ook vermoorden of meenemen naar je kerker! En al mijn tanden eruit slaan, of mijn botten kapot rammen?’ ‘Nee,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Natuurlijk niet, je bent mijn dochter!’ ‘Zie je nu,’ vraagt Suzan. ‘Heb je nu spijt dat je Nark voor niets heb gedood, en waarschijnlijk eerst gemarteld?’ ‘Nee,’ zegt Neo Pold. ‘Totaal niet, ik had het zo over gedaan! Niemand komt aan mijn geld!’ Suzan loopt weg en blijft bij de deur staan en kijkt om naar Neo Pold. ‘Sinds een paar jaar ben je een ander persoon geworden,’ zegt Suzan. ‘Je was vroeger een lieve papa. Maar nu ken ik je niet meer, sinds je jezelf Neo Pold noemt!’ Neo Pold stopt zijn hoofd onder het kraan en laat ijskoud water over zijn hoofd vloeien.

Een paar universele dagen later lopen Neo Pold en Suzan over de rode loper van de gala van de verenigde naties. Er staan hordes van fotografen achter hekken. ‘Hij is hier,’ zegt een fotograaf aan de telefoon achter een hek naast de rode loper. ‘Ik heb ‘m in het vizier!’ ‘Pak ze maar!’ zegt de telefoon. De fotograaf doet een bivakmuts op en springt de rode loper op. De fotograaf trekt zijn pistool en wil op Neo Pold schieten, maar Neo Pold springt uit de weg en de fotograaf raakt Suzan in haar buik. Suzan valt neer en de fotograaf rent weg. Neo Pold gaat bij Suzan zitten. ‘Iemand,’ roept Neo Pold. ‘Iemand, bel het ziekenhuis! Help mijn dochter!’ Dan komt er een ziekenwagen met loeiende sirenes aan rijden, de verplegers pakken Suzan op en zetten haar in de ziekenwagen. Neo Pold stapt de ziekenwagen ook in, maar de verplegers houden hem tegen. ‘Nee,’ zegt één van de verplegers. ‘U kunt niet mee!’ ‘Hallo,’ schreeuwt Neo Pold terwijl hij de verplegers uit de weg probeert te duwen. ‘Het is mijn dochter!’ ‘Nee,’ zegt de andere verpleger die Neo Pold uit de ziekenwagen duwt. ‘U staat alleen maar in de weg!’ De ziekenwagen rijden met loeiende sirenes weeg weg. ‘Maak je maar geen zorgen, Suzan,’ snikt Neo Pold liggend op de grond. ‘Ik vind de dader wel! Daar kun je zeker van zijn!’ Neo Pold stormt zijn kantoor binnen en gaat direct op de telefoon af. ‘Ik wil dat jullie de dader en zijn hele familie en zijn hele stamboom vinden,’ schreeuwt Neo Pold met een vibrerende stem. ‘Het kan me niet schelen, iedereen gaat eraan, hebben jullie dat begrepen. Regel het!’ En Neo Pold slaat de telefoon op de haak, en de telefoon begint te rinkelen. ‘Ik zeg het maar één keer, Neo Pold,’ zegt een vervormde stem aan de telefoon. ‘Maak Bosa onafhankelijk of u ziet uw dochter nooit meer terug!’ ‘Oh ja, peutertje,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Wacht maar tot ik je vind, ik martel je tot je dood gaat jongen en…!’ Juliette komt hard binnen rennen. ‘Neo Pold,’ roept Juliette. ‘Suzan is ontvoerd uit het ziekenhuis!’ ‘Haal al je mannen uit Bosa en er gebeurt Suzan niks!’ zegt de vervormde stem. ‘Okay,’ zegt Neo Pold. ‘Okay, ik doe wat je zegt! Ik doe het onmiddellijk, maar doe Suzan alsjeblieft niks!’ Neo Pold doet de telefoon op de haak nadat die vervormde stem de telefoon heeft uit gedaan. ‘Juliette,’ zegt Neo Pold. ‘Roep de onafhankelijkheid uit voor Bosa en laat al mijn mannen terug komen! Doe het onmiddellijk!’ ‘Is goed,’ zegt Juliette. ‘Ik doe het meteen.’ Neo Pold gaat zitten en moet even op adem komen. Waarom moet mij dit nou weer overkomen, denkt Neo Pold bij zich zelf.

De mensen op heel Bosa staan te juichen omdat ze de leger van Neo Pold zien vertrekken. Martijn en Rico lopen naar de gevechtsvliegtuigen van Neo Pold, en Martijn raakt de gevechtsvliegtuigen aan alsof het een geschenk is van de engelen. ‘Volgens mij hebben deze vliegtuigen nog geen naam,’ zegt Martijn lachend. ‘Nu moeten wij een naam verzinnen, omdat we de eerste zijn die het gebruiken!’ ‘Ik weet al een goede naam voor deze krachtige vliegtuigen,’ antwoord Rico lachend. ‘Een woord uit mijn taal, Avion. Het is de naam van de mooiste en krachtigste vogels van mijn planeet!’ ‘Perfecte naam,’ zegt Martijn glimlachend. ‘Echt een krachtige naam!’ ‘Moet je eens zien hoe deze vliegtuigen glimmen!’ zegt Rico terwijl hij erom heen loopt. ‘Zullen we de Avion gaan testen!’ zegt Martijn met een glimlach op zijn gezicht. ‘Waarom niet!’ zegt Rico lachend. Ze stappen de Avion in en ze kijken hun ogen uit. Zulke moderne technologie, het ziet er zo strak uit. En de ramen zijn dun, maar er gaat geen kogel doorheen. Dit is wel het modernste en mooiste vliegtuig die Rico en Martijn ooit hebben gezien. Ze starten de motor en het begint steeds harder en harder te rijden totdat ze binnen een seconde al de lucht in zijn. De Avion kan zelfs meten hoeveel brandstof en hoeveel munitie de vijand heeft, en hoe erg beschadigt het vliegtuig van de vijand is. Wat een krachtig ding is de Avion, hier kun je zeker het hele universum mee veroveren, denkt Martijn bij zich zelf. ‘Even kijken hoe deze ding werkt!’ zegt Martijn. En Martijn zet Rico in een lock-on. ‘Hé,’ schreeuwt Rico. ‘Pas op, straks schiet je me nog de lucht uit!’ ‘Hé,’ roept Martijn lachend. ‘Het was alleen een test, Rico!’ ‘Je weet nooit hé,’ roept Rico lachend. ‘Je bent tenslotte wel de zoon van Neo Pold!’ ‘Pas op, hé!’ roept Martijn lachend. Ze gaan weer landen en stappen uit. ‘Morgen gaan we de planeten uit Skaretos bevrijden!’ zegt Martijn met zijn vuist in de lucht. En Rico geeft Martijn een high-five. ‘We gaan het doen jonge!’ zegt Rico.

Neo Pold zit in zijn kantoor koffie aan het drinken en naar de televisie aan het kijken. Juliette komt zijn kantoor binnenlopen. ‘Meneer,’ zegt Juliette. ‘George moet u dringend spreken.’ George loopt gewoon naar binnen zonder de toestemming van Neo Pold en gaat gewoon zitten. ‘Aan wat heb ik dit onverwachte genoegen te danken!’ zegt Neo Pold. ‘Je hebt wel een grote smoel voor iemand die zich niet aan zijn woord kan houden!’ zegt George. ‘Waar heb je het over,’ vraagt Neo Pold. ‘Kleine Georgie!’ ‘Je zoon Martijn is ergens levend gezien,’ zegt George. ‘En ik heb je gezegd om hem en zijn hele ras uit te roeien!’ ‘Maak je geen zorgen,’ antwoord Neo Pold. ‘Ik heb het onder controle!’ ‘Nou,’ zegt George. ‘Dat heb ik inderdaad gemerkt!’ ‘Ik heb toch gezegd dat ik het zal regelen,’ antwoord Neo Pold. ‘En ik ben een man die me altijd aan mijn woord houd! Kan je nu niet heel snel opdonderen!’ George kijkt Neo Pold aan met een blik dat zelfs een grote grizzly beer kan neer halen. ‘Het is je geraden!’ zegt George nadat hij is opgestaan. Op een dag krijg ik je te pakken, jij vuile schoft, denkt Neo Pold bij zich zelf terwijl George zijn kantoor uitloopt.

Een universele dag later stappen Martijn en Rico de Avion in en starten de motor. ‘Ben je er klaar voor, Rico!’ roept Martijn. ‘Dat was ik gisteren al!’ zegt Rico lachend. En ze starten allebei de motor van hun Avion en vliegen meteen de lucht in. Ze voeren de locatie in van de planeet waar ze naar toe willen en vliegen zes keer sneller dan de licht. Ze beginnen te schreeuwen tot ze een na een halve minuut al bij de bestemmende planeet zijn. ‘Zijn we er al!’ roept Martijn. ‘Ik denk het wel!’ roept Rico. Ze staan stil in de ruimte boven die planeet. ‘Hé, Rico,’ roept Martijn. ‘Daar komt de leger van mijn vader al aan. En er komen honderden vijandige gevechtsvliegtuigen vanuit die planeet. Rico start alweer de motor van zijn Avion. ‘Even kijken of de Avion echt zo krachtig is als word beweerd!’ zegt Rico in zich zelf. En Rico raast achter een gevechtsvliegtuig aan van Neo Pold. Martijn start daarna ook de Motor van zijn Avion. De mannen van Neo Pold schieten op Martijn en springt een bijna van zijn stoel, maar zijn Avion heeft totaal geen enkele schade opgelopen. ‘Ga maar terug naar je voorouders, sukkel!’ zegt Martijn met een gemene glimlach. Martijn schiet vier raketten op vier vliegtuigen tegelijkertijd en ze ontploffen allemaal, één voor één. ‘Wauw,’ roept Martijn. ‘Ja, pa, we komen strakjes ook jou achterna!’ Rico schiet kogels op zes vliegtuigen en na één kogel storten ze al neer op die planeet. En enkele universele minuten bevrijden Martijn en Rico die planeet. Er wordt gejuicht en gefeest op die planeet doordat hij ze eindelijk zijn bevrijd van die tiran, Neo Pold. En ondertussen komt Van der Kopen het kantoor van Neo Pold weer binnen wandelen. ‘Ik ben van de commissie en u bent gedagvaardigd wegens moord, slavernij en het exporteren van illegale producten!’ zegt Van der Kopen zonder enige emotie in zijn gezicht. ‘Ik zal er zijn!’ zegt Neo Pold lachend. Neo Pold gaat achterover leunen in zijn stoel. Ik moet mezelf echt even ontspannen, het word me eventjes te veel, zucht Neo Pold vermoeid bij zich zelf. Hij wrijft zijn hand over zijn gezicht en staat op, doet zijn blazer om en loopt zijn kantoor uit. En later diezelfde universele dag komt Neo Pold thuis en gaat meteen aan tafel zitten eten in zijn luxe woning. Hij eet van gouden bestek uit gouden boorden. Er komt een generaal van Neo Pold zijn keuken binnen wandelen. ‘Meneer excuseert mij,’ zegt de generaal voorzichtig. ‘Ik moet u helaas storen bij uw maaltijd.’ ‘Maak deze keer niet uit,’ vraagt Neo Pold met een volle mond. ‘Wat is er zo dringend?’ ‘Uw planeten worden aangevallen en wij maken geen schijn van kans tegen ze!’ zegt de generaal met zijn kin op zijn borst. ‘Sinds wanneer!’ schreeuwt Neo Pold. ‘Sinds vanochtend, meneer,’ zegt de generaal stotterend. ‘Universele tijd!’ ‘Waarom kunnen jullie hun niet verslaan,’ schreeuwt Neo Pold terwijl de eten in zijn mond in het gezicht van de generaal vliegt. ‘We hebben één van het sterkste legers van het universum en jullie kunnen…!’ ‘Ze hebben uw speciale gevechtsvliegtuigen gestolen, Meneer!’ onderbreekt de generaal Neo Pold. ‘Wat zeg je me,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Oh, daar waren ze dus op uit, die vuile, lelijke…! Ik had het kunnen weten. Je moet ze achterna gaan en je moet ze vermoorden! Nee, breng ze naar mij toe, ik weet wel raad met die kleinzerige…!’ ‘Ja, Meneer,’ zegt de generaal trillend op zijn benen. ‘Is goed, meneer!’

Een universele dag later zit Neo Pold in de rechtszaal. Neo Pold zit daar met gefronste wenkbrauwen en een scheve mond te luisteren naar de getuigen en de advocaten die alles behalve nare dingen over hem zeggen, maar hij zit met zijn hoofd bij die opstandelingen die zijn legerbasissen aanvalt in zijn rijk, Skaretos. Als ik die opstandelingen te pakken krijg, oh mijn god, die zijn nog lang niet jarig, denkt Neo Pold bij zich zelf. ‘Deze man is een tiran,’ zegt de advocaat luid en duidelijk tegen de jury. ‘Een genadeloze moordenaar! Deze man heeft slaven die voor hem werken totdat ze dood neer vallen. Deze man exporteert de gevaarlijkste drugs uit het hele universum, en de mensen die deze drug gebruiken worden paranoïde en vallen andere mensen aan en slaan ze tot de dood! Deze man moet zijn hele leven lang achter de tralies!’ ‘U hebt bewijzen,’ vraagt de rechter aan de advocaat. ‘Wilt u ze nu laten zien?’ ‘Uiteraard!’ antwoord de advocaat. De advocaat laat beelden van waar slaven met boeien om hun armen en benen heel hard moeten werken. De slaven zijn zo mager dat je elke kleine bot op hun lichaam kunt zien. Terwijl Neo Pold aan het kijken is, is hij tegelijkertijd ook aan het glimlachen. Hij geniet er wel van om het nog eens een keer te zien. De mensen moesten eens weten wie deze slaven zijn of beter gezegd, waren, ze zijn moordenaars, kinderverkrachters, gewelddadige overvallers. Ze verdienen elke zweetdruppel die van hun lichaam valt, grijnst Neo Pold.

Martijn en Rico stappen de Avion uit, ze hebben een heel universele dag gevlogen, en zijn uitgeput. Suzan en Silvia staan hun op te wachten op het vliegveld van Bosa. Martijn en Rico lopen naar ze toe en Suzan knuffelt Martijn. ‘Slim plan van je hoe we pa hebben gefopt!’ zegt Suzan lachend. Martijn geeft Suzan een lieve glimlach terug. ‘Kom je even,’ vraagt Suzan aan Martijn. ‘Ik moet je iets heel belangrijks vertellen?’ Ze gaan allebei op een bankje zitten naast de Avion van Martijn. ‘Ik weet niet hoe ik moet beginnen!’ zegt Suzan. ‘Begin gewoon ergens!’ zegt Martijn die twee moet slikken. ‘Ons vader, Neo Pold, is niet jouw echte vader!’ zegt Suzan. ‘Wat zeg je me!’ zegt Martijn. ‘Heb je je niet afgevraagd waarom jij zo blond bent en dat Neo Pold er zo totaal anders uitziet dan jij!’ zegt Suzan. Martijn zucht en kan door schaamte Suzan niet meer recht in de ogen aan kijken. ‘Jouw echte vader was eigenlijk de keizer van Skaretos,’ zegt Suzan met een lieve glimlach. ‘Voordat mijn vader, Neo Pold, de rijk van jouw vader had overgenomen heette het Markos. Ik weet niet veel van jouw vader, maar je lijkt heel erg op hem, dat kan ik me nog wel herinneren!’ ‘Maar waar is mijn echte vader dan?’ vraagt Martijn. ‘Mijn vader, Neo Pold, werkte als huurmoordenaar en raakte uiteindelijk bevriend met mensen uit de hoge kringen,’ antwoord Suzan. ‘Mijn vader begon toen steeds rijker te worden in de onderwereld, en Neo Pold werd daarna de leider van een groot criminele organisatie. En in die periode leerde Neo Pold ook jouw vader kennen en raakte bevriend, ze leken net elkaars beste vrienden, maar nu weet ik achteraf dat Neo Pold hem eigenlijk aan het misleiden was. Tot er op een dag het kind van een andere keizer was verkracht en vermoord, en Neo Pold alles zo had geregeld en had klaargespeeld dat het leek alsof jouw vader de dader was. En die keizer toen daarna jouw vader uit wraak had laten vermoorden. Door het mooi te spelen en met geld te smijten was Neo Pold de nieuwe keizer geworden van Markos, en hernoemde het tot Skaretos. En maakte er een regime van!’ Martijn staat op en maakt van zijn hand langzaam een vuist, en steekt het daarna in de lucht. ‘Hij heeft gewoon mijn echte vader in de val gelokt, en deed dan alsof hij mijn vader was,’ schreeuwt Martijn. ‘Die vuile tiran!’ ‘Jouw vader was een goede man en was goed voor zijn volk!’ zegt Suzan. ‘Hij gaat boeten voor wat hij mijn vader heeft aangedaan!’ schreeuwt Martijn. ‘Martijn,’ roept Suzan. ‘Gebruik je woede om de mensen van Skaretos te bevrijden!’ Martijn rent naar zijn Avion. ‘Rico,’ roept Martijn. ‘Ben je klaar! Laten we gaan, mijn vader moet gaan boeten!’ ‘Nu al,’ roept Rico met een volle mond. ‘Ik heb mijn eten nog niet helemaal op!’ ‘We hebben geen tijd te verliezen!’ roept Martijn terwijl hij zijn Avion instapt.

Neo Pold loopt de rechtszaal uit en komt George tegemoet. ‘Neo Pold,’ zegt George. ‘We moeten wat bespreken!’ ‘Niet hier,’ antwoord Neo Pold. ‘Beter in mijn kantoor!’ Een universele uur later lopen ze Neo Polds kantoor binnen. ‘Ik heb je gewaarschuwd!’ schreeuwt George. ‘Val me nu niet lastig,’ antwoord Neo Pold. ‘Ik heb nu geen tijd voor jouw gezeik!’ ‘Als jij je zoon niet vind en vermoord zal de commissie mijn kant van het verhaal horen!’ zegt George. Neo Pold wordt zo boos dat zijn hartslag omhoog gaat, hij steeds sneller begint te ademen. ‘Dus je bent gewaarschuwd, kleine Poldje!’ zegt George terwijl hij de kantoor van Neo Pold uitloopt. Neo Pold pakt zijn telefoon. ‘Bewaking,’ zegt Neo Pold hijgend. ‘Kunnen jullie me nu komen assisteren!’ Daarna loopt Neo Pold met twee mannen achter George aan en tikt op ‘m op zijn schouder. ‘Hallo, George,’ zegt Neo Pold hijgend met een glimlach. ‘Ik kan je natuurlijk niet laten gaan op deze manier, dat weet je!’ ‘Wat ben je van plan,’ vraagt George. ‘Jij vuile kleine mannetje, met je kleine rijk, armoedzaaier!’ ‘Niets wat ten nadele komt voor mij in ieder geval,’ antwoord Neo Pold lachend. ‘Maar voor jou weet ik dat nog niet zo zeker!’ De mannen pakken George vast. ‘Mannen,’ grijnst Neo Pold. ‘Breng hem naar mijn beroemde bunker!’ ‘Denk je dat je hier mee weg komt,’ schreeuwt George. ‘Mijn mensen zullen mij gaan zoeken, en ze zullen je ophangen, hoor je me! Jij kunt met jouw kleine leger mijn enorme leger niet aan!’ ‘Ik heb helemaal niets meer te verliezen,’ grijnst Neo Pold. ‘En ik heb jou altijd willen horen schreeuwen voor hulp!’

‘Okay,’ roept Martijn lachend. ‘Dat was ‘m!’ ‘Ik heb mijn handen nog steeds vol, hoor!’ roept Rico. Met kogels die de hardste metaal kunnen doorboren schiet Rico de laatste acht gevechtsvliegtuigen van Neo Pold tegelijkertijd de lucht uit. ‘Rico,’ roept Martijn. ‘Laten we nu maar naar Neo Pold toe gaan! Hij moet gaan boeten!’ ‘Nee,’ antwoord Rico. ‘Dit is iets wat jij zelf en alleen moet doen. Maar ik moet je iets vertellen!’ ‘Zoals wat, Rico?’ vraagt Martijn terwijl hij dichter bij Rico komt vliegen. ‘De reden waarom ik jou vond op die woestijn planeet was omdat ik een oproep kreeg van een onbekende persoon die tegen mij zei dat er een waardevolle metaal was neergestort, precies op de plek waar jij lag!’ zegt Rico. ‘Wat is daar mee?’ vraagt Martijn. ‘Nou,’ antwoord Rico. ‘Ik denk dat het jouw vader was, ik bedoel Neo Pold! Want er was helemaal geen waardevol metaal te vinden waar je lag, en op die hele planeet eigenlijk niet. Dus Neo Pold wilde dat je levend gevonden zou worden! Misschien werd hij onderdruk gezet door iemand!’ ‘Dat maakt mij helemaal niet uit,’ antwoord Martijn. ‘Hij heeft mijn vader laten vermoorden en mijn moeder vermoord, dus hij zal moet boeten!’ Martijn drukt op de snel-reis-knop en vliegt weg, zes keer sneller dan de licht.

De generaal komt Neo Polds Kantoor binnen rennen. ‘Meneer,’ schreeuwt de Generaal. ‘We hebben slecht nieuws, uw leger is verlagen!’ ‘Dus ik heb geen rijk meer,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Ben ik nu alles kwijt!’ Neo Pold stort in elkaar en begint te huilen. ‘Ik ben alles kwijt,’ jankt Neo Pold. ‘Ik ga arm worden, ik ga de bak in!’ En daarna hoort Neo Pold bombardementen op de planeet waar zijn hoofdkantoor is en waar hij nu verblijft. ‘Ze zijn hier,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Die vuile mensen! En nu ga ik ze pakken! Ze ontkomen mij zeker niet!’ Neo Pold pakt de generaal en duwt hem richting de deur. ‘Ga die sukkels aanvallen,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Ga verdomme, ga nu! Schiet hun kop er af!’ De generaal rent vol angst het kantoor uit. Neo Pold rent naar een deur achter in zijn kantoorruimte, hij rent en valt, rent en valt. Hij doet die deur open en stapt een gevechtsvliegtuig in, het dak boven zijn kantoor gaat open en Neo Pold stijgt naar boven. ‘Wat denken jullie miezerige opstandelingen nou,’ schreeuwt Neo Pold ‘Ik had op een dag de machtigste man in het universum kunnen worden, en dat hebben jullie mij ontnomen!’ En Neo Pold vliegt weg. Martijn ziet Neo Pold zijn richting opvliegen. ‘Dat is Neo Pold,’ zegt Martijn. ‘Hij zal boeten voor wat hij mijn vader en moeder heeft aangedaan!’ ‘Ja,’ schreeuwt Neo Pold. ‘Daar is die miezerige mens die mijn vliegtuigen heeft gestolen!’ Neo Pold schiet een raket op Martijn. ‘Nu ga je boeten, kleine mannetje!’ schreeuwt Neo Pold. Er ontstaat een harde botsing met de Avion, het schud en beeft een beetje, maar de Avion loopt totaal geen schade op. ‘Ik ga je doden met je eigen creatie,’ schreeuwt Martijn terwijl zijn Avion heen en weer schud. ‘Hoe vind je dat, hé!’ Martijn schiet een raket op Neo Pold, maar net voordat de raket de vliegtuig van Neo Pold raakt springt Neo Pold eruit met een parachute. Voordat Neo Pold de grond bereikt pakt hij zijn pistool, maar dan staat het leger van de commissie al klaar om hem te arresteren. ‘Neo Pold,’ roept de generaal van de commissie. ‘We hebben u omsingeld, doe je handen omhoog!’ Neo Pold laat direct zijn pistool vallen en doet zijn handen omhoog. De soldaten slaan Neo Pold in de boeien en Martijn komt net op dat moment aanlopen. ‘Dus het was jij de hele tijd,’ zegt Neo Pold met glimlach. ‘Ik ben zo trots op je mijn zoon!’ ‘Ik ben niet jouw zoon,’ antwoord Martijn. ‘Je hebt…! Je hebt mijn vader laten vermoorden en mijn moeder!’ ‘Martijn,’ antwoord Neo Pold met een vriendelijke glimlach. ‘Ik hoop dat je me dat ooit kunt vergeven… Ik heb je altijd gezien als mijn eigen zoon!’ Martijn blijft de moordenaar van zijn vader en moeder diep in de ogen kijken. ‘En wat betreft jouw moeder,’ zegt Neo Pold buitenadem. ‘Ik heb jouw moeder helemaal niet laten vermoorden, ik hield, ik houd van jouw moeder! Jouw moeder zit gevangen op Indoesa, het was beter voor haar veiligheid! Ik had geen keus!’ Neo Pold valt op zijn knieën van vermoeidheid, maar de soldaten tillen ‘m weer omhoog. ‘Jouw vader was een goeie vent,’ zegt Neo Pold vermoeid. ‘We waren goeie vrienden! Maar ik ben een man met ambitie, dus ik moest ‘m wel naaien. Zo zit ik eenmaal in elkaar!’ ‘Goeie vrienden,’ antwoord Martijn. ‘Door zal ik mijn echte vader nooit leren kennen!’ Neo Pold ziet de verdriet in de ogen van Martijn en breekt. ‘Toen ik oproeide hadden we soms niet eens te eten,’ zegt Neo Pold huilend. ‘Ik ben opgegroeid zonder mijn vader, hij was door een junk vlak voor mijn neus vermoord, toen ik nog zo’n klein jochie was! Ik heb een moeilijke jeugd gehad, en ik wilde het beste voor jou en Suzan! Echt waar!’ Martijn begint daarna ook te huilen. ‘Ik hoop dat je me ooit komt opzoeken,’ zegt Neo Pold huilend. ‘Ik heb altijd van je gehouden, en wilde altijd het beste voor jou!’ Martijn begint te huilen en geeft Neo Pold een laatste stevige omhelzing, en de soldaten nemen Neo Pold mee.

Na één universele jaar staan Martijn en zijn moeder op een podium voor een juichend publiek. Martijn wordt beëdigd tot de nieuwe keizer van Skaretos. De mensen zijn zo blij dat Neo Pold eindelijk is verdreven, het waren erge, lange donkere jaren toen hij de keizer was. Hij heeft hernoemd het tot Markos, de naam die zijn vader de rijk had gegeven. Martijn bezoekt Neo Pold nog steeds iedere maand in de zwaarst beveiligde gevangenis van het universum, het is tenslotte de man die hij zijn hele leven papa heeft genoemd!

(C) Xavier Brenet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s